Een ADR-veiligheidsadviseur die in Vlaanderen zijn opleiding en examen heeft afgelegd, kan worden aangesteld bij ondernemingen die gevaarlijke goederen verzenden, vervoeren, verpakken, vullen, laden of lossen. Maar wat gebeurt er wanneer een klant niet in Vlaanderen maar in Wallonië, Nederland, Frankrijk of Duitsland gevestigd is? Mag een Vlaamse ADR-veiligheidsadviseur daar eveneens optreden?
In beginsel is het antwoord ja. Een ADR-scholingscertificaat voor veiligheidsadviseurs is niet uitsluitend een Vlaamse beroepskwalificatie die bij de gewestgrens ophoudt. De functie en het certificaat vinden hun oorsprong in het internationale ADR. Daardoor bestaat er een systeem waarbij geldige scholingscertificaten tussen ADR-verdragspartijen worden erkend.
Er zijn wel belangrijke voorwaarden. Het certificaat moet geldig zijn, de juiste vervoerswijze omvatten en betrekking hebben op de categorieën gevaarlijke goederen waarvoor de adviseur wordt ingezet. Daarnaast moet bij werkzaamheden buiten Vlaanderen rekening worden gehouden met de nationale regels van het land waarin de onderneming gevestigd is.
Een Vlaams ADR-certificaat is niet beperkt tot Vlaanderen
In Vlaanderen moet een ADR-veiligheidsadviseur beschikken over een geldig scholingscertificaat. Het certificaat wordt verkregen nadat aan de opleidings- en examenvoorwaarden is voldaan en heeft een geldigheidsduur van vijf jaar. Voor verlenging moet binnen de daarvoor geldende periode een controletest met succes worden afgelegd.
Het belangrijke punt is dat het scholingscertificaat is gebaseerd op de systematiek van ADR 1.8.3.
Het ADR is een internationale overeenkomst voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg. De regels gelden niet alleen in België, maar in een groot aantal landen die partij zijn bij het ADR. De regeling voor veiligheidsadviseurs is onderdeel van deze internationale structuur.
Daardoor moet onderscheid worden gemaakt tussen de plaats waar het certificaat is afgegeven en de plaats waar de veiligheidsadviseur zijn werkzaamheden uitvoert.
Het feit dat het certificaat door de Vlaamse bevoegde overheid is afgegeven betekent dus niet dat de houder uitsluitend veiligheidsadviseur mag zijn voor ondernemingen in Vlaanderen.
Wederzijdse erkenning van certificaten
De Belgische/Vlaamse regelgeving maakt de internationale erkenning heel duidelijk zichtbaar. Artikel 9 van het Koninklijk Besluit van 5 juli 2006 betreffende de aanwijzing en beroepsbekwaamheid van veiligheidsadviseurs bepaalt dat scholingscertificaten uit andere EU-lidstaten gedurende hun geldigheidsduur worden aanvaard.
Nog belangrijker is de tweede bepaling. Een scholingscertificaat volgens het model van ADR 1.8.3.18, afgegeven door een ADR-verdragspartij, wordt eveneens gedurende de gehele geldigheidsduur aanvaard.
Daarmee wordt voorkomen dat een veiligheidsadviseur voor ieder land opnieuw dezelfde opleiding en hetzelfde examen zou moeten afleggen.
Een adviseur met bijvoorbeeld een geldig Nederlands certificaat kan daardoor onder de toepasselijke voorwaarden voor een Vlaamse onderneming optreden. Hetzelfde uitgangspunt maakt het mogelijk dat iemand met een geldig Vlaams ADR-scholingscertificaat werkzaamheden uitvoert voor ondernemingen buiten Vlaanderen.
De adviseur moet uiteraard wel voldoen aan eventuele administratieve verplichtingen die het betreffende land aan de aanwijzing van een veiligheidsadviseur stelt.
Kan een Vlaamse veiligheidsadviseur in Wallonië werken?
Ook binnen België is deze vraag relevant. Sinds de regionalisering zijn bevoegdheden rond het vervoer van gevaarlijke goederen verdeeld en hebben Vlaanderen, Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest eigen bevoegdheden.
Dat betekent echter niet dat een Vlaams scholingscertificaat automatisch waardeloos wordt zodra een onderneming aan de andere kant van de gewestgrens gevestigd is.
De kwalificatie van de veiligheidsadviseur is gebaseerd op het ADR-certificaat. Bij een opdracht voor een Waalse of Brusselse onderneming moet wel worden nagegaan welke gewestelijke administratieve voorschriften gelden voor de aanwijzing en registratie van de veiligheidsadviseur.
Dit is een belangrijk onderscheid. Er kunnen lokale administratieve verplichtingen bestaan zonder dat daardoor een volledig nieuw scholingscertificaat noodzakelijk wordt.
Een veiligheidsadviseur die voor ondernemingen in verschillende Belgische gewesten werkt, moet daarom niet alleen het ADR kennen, maar ook weten welke bevoegde overheid voor de betreffende onderneming relevant is.
Kan een Vlaamse ADR-veiligheidsadviseur in Nederland werken?
Ook dat is in beginsel mogelijk. Zowel België als Nederland zijn ADR-verdragspartijen en gebruiken het in ADR 1.8.3 opgenomen systeem voor veiligheidsadviseurs.
Een geldig certificaat volgens het ADR-model is juist bedoeld om internationale erkenning mogelijk te maken.
Dat betekent dat een adviseur niet noodzakelijk in Nederland opnieuw het volledige examen hoeft af te leggen alleen omdat zijn oorspronkelijke certificaat in Vlaanderen werd afgegeven.
Er ontstaat echter een tweede kennisvereiste. Het ADR vormt de internationale basis, maar landen kunnen daarnaast nationale voorschriften hebben. Een adviseur die een Nederlandse onderneming begeleidt, moet daarom ook voldoende bekend zijn met de Nederlandse regelgeving die naast het ADR relevant is.
Hetzelfde geldt wanneer een Vlaamse adviseur werkzaamheden uitvoert in bijvoorbeeld Frankrijk, Duitsland of Luxemburg.
Internationale erkenning van het certificaat betekent dus niet dat de nationale wetgeving in al deze landen identiek is.
Kijk naar het toepassingsgebied van het certificaat
Een tweede belangrijke beperking is het inhoudelijke toepassingsgebied van het scholingscertificaat.
Volgens de Vlaamse regelgeving omvat het geldigheidsbereik de vervoerswijzen en categorieën gevaarlijke goederen waarvoor de vereiste opleiding en het examen of de controletest met succes zijn doorlopen.
Een adviseur kan daarom niet automatisch voor iedere denkbare activiteit met gevaarlijke goederen worden ingezet alleen omdat op zijn certificaat staat dat hij veiligheidsadviseur is.
Wanneer binnen een onderneming één veiligheidsadviseur actief is, moet zijn certificaat volgens de Vlaamse regeling geldig zijn voor alle relevante categorieën gevaarlijke goederen en vervoerswijzen waarop de activiteiten van die onderneming betrekking hebben.
Zijn meerdere veiligheidsadviseurs aangesteld, dan moet het geheel van hun certificaten de activiteiten afdekken.
Deze regel is voor internationale opdrachten minstens zo belangrijk. Controleer dus vóór aanvaarding van een buitenlandse opdracht of het certificaat daadwerkelijk aansluit bij de goederen en vervoersactiviteiten van de klant.
Wegvervoer is niet automatisch spoor of binnenvaart
Ook de vervoerswijze verdient aandacht. Een scholingscertificaat voor ADR heeft betrekking op vervoer over de weg. Voor gevaarlijke goederen per spoor geldt het RID en voor vervoer over de binnenwateren het ADN.
Een onderneming kan meerdere vervoerswijzen combineren. Een chemisch bedrijf kan bijvoorbeeld tankwagens laten vertrekken, maar ook gevaarlijke goederen per spoor laten vervoeren. Een terminal kan daarnaast met binnenvaartschepen werken.
Een veiligheidsadviseur moet daarom controleren of zijn certificering de vervoerswijzen dekt waarvoor hij wordt aangewezen.
Een Vlaams certificaat is dus niet geografisch beperkt tot Vlaanderen, maar het is wel inhoudelijk beperkt tot het toepassingsgebied waarvoor het is afgegeven.
Wat als de Belgische onderneming vestigingen in meerdere landen heeft?
Voor internationale ondernemingen wordt deze vraag nog interessanter. Stel dat een Belgische onderneming een hoofdvestiging in Antwerpen heeft, maar daarnaast vestigingen in Nederland, Frankrijk en Duitsland.
Het is mogelijk dat dezelfde persoon voor meerdere ondernemingen of locaties als veiligheidsadviseur optreedt, mits hij zijn taken daadwerkelijk kan uitvoeren en aan de toepasselijke voorwaarden wordt voldaan.
Dat laatste is belangrijk.
Een veiligheidsadviseur die op papier verantwoordelijk is voor twintig vestigingen in verschillende landen maar feitelijk onvoldoende tijd of toegang heeft om zijn taken uit te voeren, voldoet niet vanzelf aan de bedoeling van ADR 1.8.3.
Er moet onder andere toegang zijn tot informatie over de gevaarlijke goederen, vervoersactiviteiten, procedures, opleidingen, incidenten en organisatorische wijzigingen. Ook moet de adviseur de benodigde controles en rapportages daadwerkelijk kunnen uitvoeren.
Bij een internationale organisatie moet daarom duidelijk worden vastgelegd voor welke rechtspersonen en locaties de veiligheidsadviseur is aangewezen.
Jaarverslagen bij internationale ondernemingen
Ook het jaarlijkse verslag verdient aandacht wanneer een adviseur voor meerdere ondernemingen of landen werkt.
De veiligheidsadviseur stelt zijn jaarverslag op voor de bedrijfsleiding over de activiteiten van de betreffende onderneming met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke goederen.
Bij een internationale groep moet daarom worden gekeken naar de juridische structuur. Een vestiging in Nederland kan bijvoorbeeld onderdeel zijn van een andere rechtspersoon dan het Belgische hoofdkantoor.
Het is dan niet verstandig om zonder verdere beoordeling één algemeen ADR-jaarverslag voor de hele Europese groep op te stellen.
De rapportage moet aansluiten bij de ondernemingen waarvoor de adviseur daadwerkelijk is aangesteld en voldoen aan de voorschriften van het land waarin die ondernemingen actief zijn.
Internationale erkenning betekent niet identieke wetgeving
Dit is uiteindelijk het belangrijkste onderscheid. Het certificaat is internationaal bruikbaar, maar de nationale uitvoering van het ADR is niet overal volledig hetzelfde.
Een Vlaamse veiligheidsadviseur die alleen Vlaamse ondernemingen begeleidt, moet uiteraard goed op de hoogte zijn van de Vlaamse regelgeving. Wie ook in Wallonië werkt, moet rekening houden met de Waalse toepassing. Wie Nederlandse, Duitse of Franse klanten begeleidt, moet daarnaast de relevante nationale voorschriften van die landen kennen.
Dat maakt grensoverschrijdend werken mogelijk, maar stelt tegelijkertijd hogere eisen aan de deskundigheid van de adviseur.
De veiligheidsadviseur moet dus niet alleen kunnen aantonen dat zijn certificaat geldig is. Hij moet ook voldoende kennis hebben van de regelgeving die op de activiteiten van zijn opdrachtgever van toepassing is.
Mag een Vlaamse ADR-veiligheidsadviseur dus internationaal werken?
Een Vlaamse ADR-veiligheidsadviseur is niet beperkt tot opdrachten binnen het Vlaamse Gewest. Een geldig scholingscertificaat volgens het ADR-model kan ook buiten Vlaanderen worden gebruikt. Het ADR voorziet juist in internationale erkenning van dergelijke certificaten en de Vlaamse regelgeving erkent op haar beurt certificaten die door andere ADR-verdragspartijen zijn afgegeven.
Dat maakt het bijvoorbeeld mogelijk om als Vlaamse ADR-veiligheidsadviseur ondernemingen in andere Belgische gewesten en, onder de toepasselijke voorwaarden, ondernemingen in andere ADR-landen te begeleiden.
Controleer vóór het aannemen van een opdracht wel drie zaken: is het certificaat nog geldig, dekt het de relevante vervoerswijze en categorieën gevaarlijke goederen, en welke nationale of regionale voorschriften gelden op de plaats waar de onderneming actief is?
Wanneer aan die voorwaarden wordt voldaan, hoeft de gewest- of landsgrens op zichzelf geen belemmering te zijn om als ADR-veiligheidsadviseur op te treden.